Genealogische pagina’s van Martin de Fluiter
Geschiedenis: leven en werken

Een familie in turf en wol

Veenendaal is omstreeks 1546 ontstaan omdat er rijkelijk turf viel te steken uit een veenlaag die op sommige plaatsen 6,5 meter dik was. Een gemiddeld Veenendaals gezin stak zomers turf, verbouwde wat rogge, aardappelen en boekweit, hield bijen en zat ‘s winters in de wol. Naarmate het veen verdween werd de wol steeds belangrijker.

Op de grote stille heide bij de Utrechtse Heuvelrug klonk het geblaat van schapen die voor vele balen wol zorgden. Die wol werd verhandeld op de markt in Veenendaal. Wolbewerking werd voor velen een belangrijk middel van bestaan. Zo ook voor de familie de Fluiter. Ik telde 37 de Fluiters die als wolkammer, spinner of wever hun brood verdienden. En er waren er meer. Ook de gezinsleden werkten mee en meestal ook de aangetrouwde familie. In de familie heb ik meer dan 40 de Fluiters gevonden die hun brood verdienden als wolkammers, wevers, spinners, ververs. En het was gebruikelijk dat gezinsleden en familieleden meewerkten.

 

AFZIEN IN HET VEEN, SAPPELEN IN DE WOL                  
Afzien in het veen, sappelen in de wol, zo zou je leven en overleven van de Veenendaalse familie de Fluiter in de 17e, 18e en 19e eeuw kunnen typeren. Dat gold trouwens voor de meeste families in die tijd. De werkdagen waren lang, het inkomen laag, de gezondheid wankel, de sterfte hoog en de voorzie­ningen schaars. Hoewel, in de 17e eeuw, was de familie vermoedelijk in betere doen dan in de twee eeu­wen die daarop volgden. In de begintijd bezaten ze veengebied en konden ze goed leven van de opbrengst van de turf. Naarmate de families groter werden werd de spoeling  dunner.

Werken in de fabriek

Na de turf kwam dus de wol. Men werkte veelal als kleine zelfstandige met de familie in huis. Er werd van alles met de ruwe wol gedaan: kammen, spinnen, verven, weven. In de 19e eeuw ontstonden textielfabrieken en vanaf die tijd verdienen steeds meer familieleden hun brood in de fabriek met werkzaamheden als sajetnopper, spinster, verver, wever.